In 1991
ontdekte en groep archeologen van de universiteit van Pennsylvania een ware
mysterie in het woestijnzand op 1 kilometer ten noordwesten van
Abydos in het zuiden van Egypte. Langs de muur van de tempel van Khasekhemwy,
een farao uit de Tweede Dynastie (2890-2686 v.Chr.), vonden ze 14 houten schepen
met een lengte variërend tussen 18 en 24 meter, lang genoeg om de zeeën te
bevaren. Het zijn de oudste schepen ooit in Egypte gevonden, en ze zijn
tenminste 300 jaar ouder dan het schip van Cheops.
De
schepen lagen begraven in een graf dat gemaakt was van baksteen en dat
bepleisterd was met klei en kalk.
De
verklaring die de archeologen gaven voor deze mysterieuze schepen was dat die
dienden om de ziel van de farao(s) naar de hemel te brengen. Dit mag zo zijn, de
schepen verraden in elk geval een hoog niveau van technische kunnen, en
bovendien het vermogen om de zeeën te bevaren.
We vragen
ons nu af waarom deze schepen in te woestijnzand begraven werden. Maar we moeten
ons realiseren dat in die tijd het klimaat heel wat gematigder was. Het was de
tijd van het Holoceen Maximum, toen het zeewater 2 meter hoger stond dan nu en ook de
gemiddelde temperatuur was hoger. Egypte moet een groener klimaat hebben
gekend.