Een mysterie waar wetenschappers zich al eeuwen het hoofd over breken zijn de 54
zogenaamde “Hunebedden” in het noordoosten van Nederland [Bom 1978, Klok 1979, Giffen 1925]. Op de hogere delen van
het landschap staan dolmenachtige constructies. Maar dolmen bestaan gewoonlijk uit
enkele staande stenen met één dekplaat, een hunebed heeft gemiddeld 10 staande
stenen en is bedekt met een aantal grote keien. De staande stenen zijn aan de
binnenzijde vlak, net zoals de onderzijde van de dekplaten. Het lijkt erop dat
het gespleten stenen zijn want vaak is de vlakke kant een afspiegeling van die
van een nabije steen. Wie ooit deze megalithische constructies bouwde, hoe, en
waartoe, is volledig onbekend.
Een
onbewezen stelling is dat ze ooit als graf dienden maar een andere verklaring
kan zijn dat het schuilkelders waren tegen catastrofaal onheil. Gemiddeld zijn
de hunebedden – de naam verwijst wellicht naar de Hunnen, maar die hebben niets
van doen met deze bouwwerken. Het verwijst eerder naar de oude term ‘huynen’ wat
reuzen zou betekenen - langs de oost-west richting
georiënteerd, met deingang aan de zuidzijde. Het is onbekend of er een
specifieke reden is voor deze oriëntatie. Er waren ooit honderden hunebedden,
tot over de grens in Duitsland toe, maar die zijn in de loop van de tijd
afgebroken om als bouwmateriaal te dienen voor kerken, wegen en zeewering.
Tegenwoordig zijn ze wettelijk beschermd, ofschoon er geen maatregelen genomen
zijn om ze tegen vandalisme te beschermen.
De
grootste hunebed staat in Borger die uit 28 staande stenen bestaat en 9
dekstenen, overigens ook gereconstrueerd. Omdat er aanwijzingen bestaan dat een
hunebed wellicht met zand bedekt is geweest, is er een hunebed als zodanig
gereconstrueerd, de zg. Papenloze kerk.